DE SLANGENKUIL

Welkom

u bent zojuist aangekomen op de website van een EX- slangenhouder, maar desondanks toch nog altijd wel liefhebber van het verzorgen van tropische slangen. Voor diegenen die niet goed weten wat zij zich bij een dergelijke hobby moeten voorstellen nodig ik u uit om eens rustig door de diverse onderdelen van mijn website heen te wandelen. Bekijk de opgenomen kweekverslagen van  Elaphe guttata guttata, Chondropython viridus en Morelia spilota cheiney door, of  bekijk de in de fotogalerie opgenomen foto's (onderaan deze pagina). Hopelijk heeft  u, na afloop, een beter beeld gekregen van wat een slangenhouder zoal te doen heeft om zijn dieren op verantwoorde wijze te verzorgen en deze uiteindelijk tot nakweek te stimuleren.

Ik ben 1988 tot 2003 actief geweest in het verzorgen en kweken van tropische reptielen. De aanvang van mijn hobby begon met het houden van enkele kleine hagedissensoorten.  Nadat binnen niet al te lange tijd het gehele huis onder de kleine (en niet veel later hele grote) krekels zat heb ik besloten om over te stappen op andere diersoorten. Na enig wikken en wegen heb ik vervolgens enkele kameleonsoorten aangeschaft. Het voedsel wat door deze dieren hoofdzakelijk wordt gegeten (sprinkhanen) kent minder negatieve neveneffecten. Helaas bleek al vrij snel dat de beperking bij het in gevangenschap houden van kameleons ergens anders lag. Als negatieve bijkomstigheid bij het houden van kameleons heb ik ervaren dat deze dieren uitermate snel in de stress geraken, welke bijna altijd tot de dood van het dier leiden. Om dit probleem uit de wereld te krijgen moet je eigenlijk in staat zijn om kameleons te houden in "vrije" gevangenschap. Hiermee bedoel ik dat je de dieren binnenshuis moet huisvesten maar toch zoveel (bewegings)vrijheid geven dat er geen stresssituaties optreden. Dus los in huis, in een grote kamerplant o.i.d. Dit is voor veel mensen  in hun woning niet realiseerbaar. Mijn toenmalige woonsituatie stelde mij hiertoe ook niet in staat. Na diverse verliezen heb ik vervolgens besloten met het houden van kameleons te stoppen. Tijdens het kameleondebacle was ik inmiddels ook gaan nadenken over de vraag welke reptielen ik dan zou kunnen gaan houden en kwam tot de conclusie dat ik het maar eens met slangen moest gaan proberen 

De slang waarmee ik mijn eerste ervaring heb opgedaan was een vrij eenvoudig te houden soort, nl. Elaphe guttata guttata. Deze dieren heb ik als jonge exemplaren gekocht, opgekweekt en uiteindelijk tot nakweek weten te brengen. Door deze positieve ervaringen gestimuleerd heb ik besloten mijn toenmalige belangrijkste hobby, het houden van tropische vogels, te beëindigen en de aldus vrijgekomen ruimte volledig op te bouwen tot slangenkamer. In deze kamer had ik  redelijk wat ruimte welke vrij snel gevuld werd met diverse terraria. Vervolgens werd mijn slangencollectie in snel tempo uitgebreid met jonge Koningspythons, jonge Tijgerpythons een Netpython en twee Groene Boompythons. Nadat er een verhuizing had plaatsgevonden naar een eengezinswoning kreeg ik de beschikking over nog een kamer waarin ik mijn gang kon gaan.  

Dit had tot gevolg dat de collectie nog verder werd uitgebreid met 2 Boa constrictors, 2 Surinaamse roodstaarten, 4 Corallus enydris enydris, 4 Epicratis cenchria cenchria, 2 Epicratus striatus striatus, 2 Python curtus, 2 Liasis childreni,  2 Pituophis melanoleucus lodinghi en 2 Morelia spilota cheiney.  Mede door het feit dat met name de Tijgerpythons en de Netpython echt ontzettend groot worden en ik op enig moment wel erg veel verschillende soorten in bezit had, ging de hobby steeds meer op werken lijken. Dit hield in dat er elke vier weken een volle 'achterbak met konijnen, cavia's  en ratten' werd opgevoerd welke enkele weken later weer emmers mest opleverde (inclusief de nodige dampen en geuren in huis). Dit was de grootste oorzaak van het rigoureus uitdunnen van de slangenpopulatie tot het niveau van wat ik nu (oktober 2001) nog in mijn bezit heb. Dit zijn: 1 volwassen Boa constrictor, 1 koppel Morelia spilota cheiney, 1 koppel Regenboogboa's en 7 Chondropython viridus

Met uitzondering van de inmiddels zeer grote Boa constrictor zijn alle slangen, elk afzonderlijk in een volglasterrarium,  gehuisvest in een speciaal hiervoor ingerichte slangenkamer. In deze kamer zijn alle wanden voorzien van muurtegels (kamerhoog) en is de vloer volledig bedekt met (verlijmd) marmoleum. In deze ruimte zijn aluminium stellingen opgesteld (Overtoom) waarin 18 mm multiplex, rondom in de jachtlak gezette, platen zijn gelegd. Op deze wijze heeft elk terrarium zijn eigen vak in de stelling. Elk terrarium wordt beschenen met een 'eigen' lampje (15 Watt). Al deze lampjes tezamen kunnen gelijktijdig worden gedimd, waardoor de lichtintensiteit zeer goed beheerst wordt. Om de dieren bij de juiste temperatuur en vochtigheid te huisvesten wordt het klimaat in de ruimte beheerst m.b.v. een tweetal elektrische (oliegevulde) radiatorkachels, één voor de dagtemperatuur (DTH) en één voor de nachttemperatuur (NTL) alsmede een ultrasoon vochtverdamper voor de beheersing van de RV%. Doordat elke warmtebron afzonderlijk een thermostaat heeft is het heel goed mogelijk om zowel de DTH (ca.30 graden C) als de NTL (ca. 23 graden C.) goed te beheersen. Ditzelfde geldt voor de RV welke gedurende de dag rond de 70% ligt. Tijdens de nachtelijke uren loopt deze geleidelijk op tot 90%.

Bij dergelijk heersende omstandigheden is het van groot belang om de ruimte inclusief alle hierin aanwezige zaken wekelijks te controleren op het ontwikkelen van schimmels. Zo schimmelvorming wordt vastgesteld is het noodzakelijk deze onmiddellijk te verwijderen met een verdunde chlooroplossing of  Halamid.

                                                                                                                                 

fotogalerie:

Heeft u vragen? Stel ze gerust