KWEEKVERSLAG 1992

ELAPHE GUTTATA GUTTATA - KORENSLANG

leeftijd ouderdieren: 2,5 jaar.

HET TERRARIUM:

Een volglas terrarium met schuifruiten aan de voorzijde. Terrariumafmeting 60*30*30 cm. Rijkelijk voorzien van kunstplanten en kienhout. De bodembedekking bestaat voor 100% uit beukensplit. Als verwarming wordt een warmtemat toegepast, welke de temperatuur op 28 graden C. houdt. Voorafgaande aan de broedcyclus zijn de slangen niet in een winterslaap geweest. Ook is er géén donkere periode geweest. Dit omdat ik niet gepland had om dat seizoen met deze slangen te gaan kweken, vanwege een op handen zijnde verhuizing.

OPSOMMING VAN DE WAARGENOMEN PARINGEN:

1ste paring 26 februari 1992

2de paring 15 maart 1992

3de paring 22 maart 1992

4de paring 28 maart 1992

Alle waargenomen paringen vonden plaats in de late avonduren.

Het gewichtsverschil van het vrouwtje tussen voor en na het leggen van de eieren bedraagt 135 gram. Het gewicht van het vrouwtje na het leggen bedraagt 215 gram. Na de laatste door mij waargenomen paring treedt er een nagenoeg volledige rust op bij de beide dieren. Deze rust duurt voort tot het moment van de vervelling. Hierna neemt de activiteit van m.n. het vrouwtje explosief toe. Het gehele terrarium wordt constant doorkruist, zowel overdag als in de nacht. Het had er alle schijn van dat ze op zoek was naar een geschikte plaats om de eieren te gaan afzetten.

Hiervoor heb ik een grote aardewerken bak (drinkbak voor honden) gevuld met vochtige turfvezels en gedroogd konijnegras, en deze ter beschikking gesteld. Vrijwel direct na het plaatsen van deze afzetmogelijkheid verblijft het vrouwtje twee etmalen onafgebroken in het afzetsubstraat. Wanneer ik na deze twee etmalen, het is inmiddels 6 mei 1992, voorzichtig het gras, wat merendeels boven op de bak ligt, optil om te zien of er al eieren zijn gelegd, dan blijkt dit inderdaad het geval te zijn. 

Vervolgens nog een vol etmaal afgewacht of het vrouwtje nog meer eieren zou leggen dan wel, of zij weer uit de afzetbak tevoorschijn komt. Beide bleek niet het geval te zijn waarop ik besloot om de eieren, in totaal 18 stuks, uit het substraat te nemen en over te zetten in een tevoren opgestelde broedstoof. De eieren bleken een lichte mate van verkleving aan de bodem van de afzetbak te vertonen. Echter met grote voorzichtigheid waren ze onbeschadigd over te zetten.

BESCHRIJVING VAN DE TOEGEPASTE BROEDSTOOF: 

De broedstoof bestaat uit een klein volglas aquarium met de volgende afmetingen: 30*20*20 cm. Deze bak is gevuld met een ca. 6 cm laagje water en wordt m.b.v. een aquariumverwarming op een temperatuur van ca.34 C. gehouden. Tevens wordt het water constant in beweging gehouden door middel van een uitstroomsteentje, welke verbonden is aan een klein luchtpompje, wat zodanig is afgesteld dat er net een klein aantal belletjes vrijkomen. Al te sterke uitblazing van dit uitstroomsteentje dient ten allen tijde voorkomen te worden.( Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de eieren door spatwater nat worden hetgeen voorkomen dient te worden)

Het z.g. 'beluchten' van het water heeft een aantal voordelen, t.w.;   

Midden op de bodem van dit aquarium heb ik een platte steen gelegd die net zo hoog is als het toegepaste waterniveau. Hierdoor is het mogelijk om op deze steen een plastic bakje met de eieren te plaatsen zonder dat dit in direct contact met het verwarmde water kan komen.Het geheel is vervolgens afgesloten met een tweetal glasplaatjes, waarvan er 1 onder afschot staat waardoor voorkomen wordt dat eventueel afdruipend condensvocht op de eieren kan vallen.

Deze broedstoof is vervolgens, om temperatuurschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen, rondom geheel voorzien van een nauwsluitende piepschuim behuizing. Hiervoor is piepschuim met een dikte van 5 cm. toegepast. Van dit piepschuim heb ik een 'bak' gelijmd waar het aquarium precies inpast. Hierdoor is een goed isolerende werking gewaarborgd.Als lijm is hiervoor een siliconenlijm gebruikt. Opgemerkt dient te worden dat de voorzijde van deze 'piepschuim bak' afneembaar is gemaakt. Dit om, indien gewenst, zicht op de eieren dan wel de hygrometer/ thermometer te kunnen hebben. Deze hygro- en thermometer zijn m.b.v. een touwtje zodanig bevestigt dat zij boven de eieren hangen.  In deze broedstoof is bij een watertemperatuur van 34 graden de luchttemperatuur boven het water, dus daar waar de eieren staan, 28 graden Celsius.De luchtvochtigheid schommelt rond de 100%.

Het eerder genoemde plastic bakje waarin de eieren zijn overgezet is in mijn geval een wit 'nasibakje'. Dit bakje heb ik voor iets minde~ dan de helft gevuld met veenmos, waarop vervolgens de eieren zijn gelegd. Aan de bovenzijde heb ik de eieren niet afgedekt. Dit geheel in de broedstoof gezet op 7 mei 1992. Bij een constante broedtemperatuur van 28 C moeten de eieren uitkomen in de periode van 28 juni tot 6 juli 1992.

De broedstoof heb ik al geruime tijd voor de eventueel te bebroeden eieren opgesteld en laten 'proefdraaien'. Met name de temperatuur instelling kon zo perfect worden uitgevoerd. Ook had ik een goed inzicht in de mate van verdamping van het verwarmde water. Deze bleek nihil te zijn, m.n. door de goede afsluiting en de mogelijkheid tot het terugstromen van gevormd condens. Hierdoor waren ongewenste verrassingen in principe uitgesloten en verliep het uitbroeden van de eieren vlekkeloos. Er zijn geen eieren verloren gegaan t.g.v. beschimmelen dan wel inzakken. 

Om te voorkomen dat de pasgeboren slangen in de broedstoof uit het plastic bakje zouden kruipen en vervolgens in het water terecht zouden komen, heb ik in de deksel van het nasibakje een rooster van muggengaas gemaakt. Hiertoe heb ik de gehele deksel op ca. 1 centimeter van de binnenrand uitgesneden. Het aldus ontstane gat heb ik m.b.v. siliconenlijm (type glas- transparant)voorzien van muggengaas.

Ca. 5 dagen voor de verwachte datum van uitkomst heb ik de tot dat moment nog steeds aan de bovenzijde open nasibak afgesloten met bovenomschreven deksel. Hierdoor hadden temperatuur en vochtigheid toch nog vrije toegang tot de eieren. Tevens is naar mijn mening beschimmeling van de eieren op het laatste moment in principe uitgesloten.

DE UITKOMST

Het uitkomen van de eieren verliep volgens onderstaand schema:

Datum

tijdstip

opengescheurd

Uit ei gekropen

27 juni

09.00 uur

1

***

27 juni

23.00 uur

4

***

28 juni

07.00 uur

10

***

28 juni

22.30 uur

17

2

29 juni

07.30 uur

18

6

29 juni

21.30 uur

18

18

Alle jongen verzamelden zich geheel onderin het plastic bakje onder het veenmos.

De volgende morgen heb ik alle jongen gecontroleerd op eventuele geboorteafwijkingen en ze vervolgens overgezet in een reeds ingericht klein terrarium. Hierin was de temperatuur gelijk aan die van de kamer t.w. overdag 30 en in de nacht 25 graden C. De RV schommelt rond 50%. Op deze wijze hebben de jongen een week gestaan. Opvallend hierbij was de zeer hoge nachtelijke activiteit. Op 5 juli 1992 bleek 1 jong te zijn overleden en 1 stuks was die morgen voor de eerste maal verveld. Onmiddellijk hierna heb ik dit jong voor de eerste maal een ontdooide pinky voorgehouden, welke direct zeer gretig werd verorberd.

Op 6 en 7 juli 1992 vervellen alle andere jongen ook, waarna begonnen wordt met het massaal verorberen van een grote aantallen ontdooide pinky's. Om de acceptatie van de pinky's zo groot mogelijk te houden laat ik ze ontdooien in warm water en verstrek ze op het moment dat ze geheel zijn ontdooit en nog duidelijk warm aanvoelen.

Op 8 juli 1992 bleek nog 1 jong te zijn overleden. Tijdens de voedselopnames is het aan te raden om dit nauwlettend te bekijken, daar het zeker geen bijzonderheid is, wanneer er twee jongen aan 1 pinky beginnen te eten. Ieder begint dan aan 1 kant, wat uiteindelijk zal kunnen resulteren in het (deels) opeten van het ene jong door het andere. Duidelijk is dat dit de dood zal betekenen voor een van beide jongen.

Tot mijn grote verbazing lagen er op 12 juli 1992 bij dezelfde ouderdieren wederom 11 eieren, dit keer midden op de bodem van het terrarium. De broedstoof stond nog opgesteld en deze 11 eieren zijn hier direct in overgezet. Echter op 16 juli heb ik deze broedpoging gestaakt, omdat alle 11 stuks waren ingezakt. Bij het openen van deze eieren bleken de schalen nagenoeg leeg te zijn.

 

TOT SLOT

Het blijkt, naar mijn bevindingen, niet absoluut noodzakelijk om een rustperiode aan deze slangen op te leggen teneinde tot een succesvol kweekresultaat te komen.

Een geïsoleerde broedstoof, waardoor er een constante temperatuur en luchtvochtigheid gewaarborgd zijn, is onontbeerlijk.

Door zeer velen wordt gepleit voor een afdeklaag op de eieren. Ik vind dit beslist overbodig, wanneer men er maar voor zorgt dat de vochtigheid in de broedstoof op een constant, hoog niveau blijft.

 

Home